Nieuwe initiatieven in de ouderenzorg

Met de Krachtig Verbindende Toekomstvisie 2030 slaan ouderenzorgorganisaties in de regio Utrecht en Zorgkantoor Zilveren Kruis de handen ineen om projecten te ontwikkelen die de toekomst van de ouderenzorg kunnen verbeteren. Ook dit jaar heeft het Zorgkantoor daarvoor middelen beschikbaar gesteld. Saliha el Habri is als Regio inkoper Langdurige Zorg van Zorgkantoor Zilveren Kruis nauw betrokken bij de verdeling van de regiogelden over de verschillende projecten.

Hoe komt de beslissing om regiogelden toe te kennen aan een project tot stand?

“Vanuit de vier subregio’s – Zuidoost, West, Stad en Eemland – worden initiatieven voor nieuwe projecten opgestart. De bestuurders van deze subregio’s komen daarvoor regelmatig samen om knelpunten te bespreken en om te kijken op welke manieren oplossingen voor de toekomst kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast organiseert de IVVU inspiratiesessies waar bestaande projecten uit andere provincies worden gepresenteerd. Ook daar komen vaak ideeën voor nieuwe projecten uit. Een goed voorbeeld daarvan is Reablement, een landelijk project dat nu ook van start gaat in de regio West. De keuze om een project te starten of aan te sluiten bij een initiatief ligt dus helemaal bij de bestuurders van de betreffende regio’s. Daarnaast zijn er projecten, bijvoorbeeld Wonen en Zorg 2040, Zorgtechnologie en de Digitaliseringsagenda van de IVVU, die over de regio heen gaan en dus niet gebonden zijn aan een bepaalde subregio.”

Niet alle projectvoorstellen worden gehonoreerd…

“Dat klopt. Sommige voorstellen worden afgewezen of deels toegekend, andere krijgen het volledige gevraagde bedrag. Ook die beslissing wordt niet uitsluitend door het Zorgkantoor genomen. Daarvoor is er een speciale aanjaaggroep KVT in het leven geroepen die bestaat uit vertegenwoordigers uit regio’s en van de IVVU. Zij bekijken, op basis van het ingediende voorstel, of het project voldoet aan een van de vier thema’s van de Krachtig Verbindende Toekomstvisie 2030 (zie kader) en of het niet overlapt met een projectvoorstel uit een andere subregio. Daar komt dan een advies uit waarmee het zorgkantoor aan de slag kan om de beschikbare middelen te verdelen. Vorig jaar ging het om ontwikkelgelden, een subsidiebudget van het ministerie van VWS, die mee konden worden genomen naar het komende jaar. Dit jaar zijn het regiogelden met een beperkte looptijd tot eind 2022. Het zijn dus verschillende potjes, elk met eigen voorwaarden waaraan moet worden voldaan om ervoor in aanmerking te komen.”

Betekent dit dat nieuwe projecten automatisch stoppen aan het einde van 2022?

“Dat zou betekenen dat grote projecten waaraan veel organisaties deelnemen en die een lange voorbereidingstijd nodig hebben, niet van de grond zouden kunnen komen omdat er te weinig geld is om het project behoorlijk op de rit te zetten. Dat is dus niet het geval. Volgend jaar kan opnieuw een voorstel worden ingediend om het project te verlengen. We werken nu eenmaal met vaste budgetten die elk jaar opnieuw moeten worden verdeeld. Als de resultaten van een project niet aan de verwachtingen voldoen – en dat mag, want je kunt vooraf niet voorspellen of een doelstelling kan worden gehaald – dan zal de betreffende subregio waarschijnlijk niet om verlenging vragen. Daardoor ontstaat er ook weer ruimte voor nieuwe initiatieven.”

Verschillende projecten, verschillende regio’s. Zorgt dat niet voor versnippering in de regio?

“Als je kijkt naar het verleden, dan zie je juist het tegenovergestelde. Bij de Krachtig Verbindende Toekomstvisie 2030 zijn in totaal zo’n tachtig zorgaanbieders aangesloten. Die werkten voorheen allemaal op hun eigen eilandje, nu praten ze met elkaar, delen ze kennis en ervaringen, zoeken ze samen naar oplossingen voor knelpunten en starten ze gezamenlijk projecten op. Ik ben enorm onder de indruk van het commitment van al deze organisaties. Wellicht dat we in de toekomst nog meer samenwerking tussen de regio’s kunnen realiseren, maar hiermee hebben we al een enorme stap gezet. Dat is ook een veelgehoorde reactie die we krijgen: 'We weten elkaar te vinden en staan er niet meer alleen voor.’ Ik vind dat een groot compliment. Het gaat misschien nog niet altijd zo snel als we zouden willen, maar we zijn zeker op de goede weg.”
Meer informatie:
https://toekomstbestendigeouderenzorgutrecht.nl/toekomstvisie